Dalton

Agenda

« mei 2012 »
madiwodovrzazo
123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031

Dalton

http://www.dalton.nl/page_3.php

film over Daltononderwijs

http://www.trouw.nl/onderwijs/nieuws/dossiers/dalton/article3055870.ece/...

artikel dagblad Trouw 28 april 2010

 

voor wie is dit document geschreven

Al ver voordat wij het predicaat Dalton kregen werkten wij in meer of mindere mate vanuit de Daltonprincipes. Voordat wij het predicaat Dalton kregen hebben wij als toenmalig voltallig team een Daltoncursus gevolgd waarvoor ieder individueel teamlid een Daltoncertificaat behaalde.

Nieuwe teamleden moeten bereid zijn tot het volgen van een cursus om het certificaat te behalen.

Alle teamleden vinden de Daltonprincipes belangrijk voor het functioneren van kinderen en volwassenen in de samenleving.

Alle nieuwe binnenkomers en vervangers worden door het zittende personeel en directie opgevangen en ingewerkt in de werkwijze zoals wij die hanteerden.

Jaarlijks hebben we specifieke Daltonvergaderingen op school die verplicht zijn voor alle teamleden ongeacht hun werktijdfactor. Daarnaast komen Daltonaspecten regelmatig op de agenda van plenaire teamvergaderingen. In de notulen van de betreffende vergaderingen werden afspraken kort omschreven.

Onze school staat niet in een wijk hetgeen inhoudt dat de meeste ouders bewust voor onze school kiezen. Zij mogen ons daarom bevragen op ons “Daltongehalte” wij zijn niet alleen naar de kinderen toe verplicht om ons Daltonbeleid goed uit te voeren, maar hebben daarin ook een verantwoordelijkheid naar de ouders. Hiermee kunnen we dan ook direct antwoord geven op de vraag voor wie dit document is geschreven:

in de allereerste plaats voor de leerkrachten en het overige personeel van de school (inclusief invalleerkrachten)

daarnaast ligt het boek er ook voor ouders. Ouders die hun kinderen al op school hebben en ouders die overwegen hun kind aan te melden op onze school

verder is dit document waarschijnlijk interessant voor instanties die zich op de hoogte willen stellen van de werkwijze op onze school. Te denken valt aan:

onderwijsinspectie

visiteurs van de Nederlandse Dalton Vereniging

bestuursmanager

eventuele collega (Dalton)scholen

2. relatie met andere beleidsstukken

Het schoolplan:

Alle scholen in Nederland hebben een schoolplan, waarin uitgebreid wordt verwoord hoe er wordt gewerkt, waarom er zo wordt gewerkt, welke materialen er worden gebruikt en wat de ontwikkelingsplannen voor een periode van vier schooljaren zijn.

De reikwijdte van het schoolplan is daarmee groter dan die van het plan dat nu voor u ligt. In dit Daltonboek worden voornamelijk de praktische afspraken beschreven die binnen het team zijn gemaakt, om ervoor te zorgen dat onze school een goede Daltonschool blijft.

De schoolgids:

Jaarlijks wordt er een schoolgids uitgegeven voor onze ouders en voor toekomstige ouders. De schoolgids wordt op onze website geplaatst en de ouders kunnen per briefje aangeven of zij evt. een papieren versie wensen te ontvangen. Het merendeel van onze ouders haalt de gegevens van de website www.basisonderwijsterschelling.nl

Naast alle praktische informatie aangaande het schooljaar wordt in de schoolgids ook veel informatie gegeven over ons Daltononderwijs

waarom daltononderwijs

Op onze school hebben we gekozen voor het opvoedkundig en onderwijskundig concept van Dalton omdat we een bepaalde visie hebben op de maatschappij. Op hoe je als een (volwassen) mens in die maatschappij zou moeten kunnen functioneren.

Daltononderwijs gaat uit van een drietal principes.

vrijheid/verantwoordelijkheid. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het een kan niet zonder het ander. Het Daltononderwijs ziet het kind, de mens als een persoon die zelf in staat moet zijn om te kiezen, maar voor de gevolgen van die keuzes ook zelf verantwoordelijk is. Zie hiertoe ook de daltondriehoek in onze schoolgids.

zelfstandigheid. Zelfstandigheid kan alleen gedijen als kinderen voldoende vrijheid en verantwoordelijkheid wordt geboden

samenwerken. Overal in het leven zal blijken dat een mens ondanks zijn vrijheid en zelfstandigheid, niet zonder zijn medemens kan. Een medemens om te steunen en om steun van te ontvangen. En een medemens ook die de grens van de persoonlijke vrijheid mede bepaalt. De grens van de individuele vrijheid wordt altijd gevormd door de vrijheid van de ander. Daarom is het kunnen samenwerken een belangrijke vaardigheid voor het goed kunnen functioneren als mens. Op school maken we onderscheid tussen samenwerken en samen werken.

Rollen waarop de school mee voorbereidt:

Het kind in het vervolgonderwijs: Niet alleen het traditionele “huiswerk maken” vraagt van de kinderen dat ze bovengenoemde vaardigheden beheersen. De ontwikkelingen binnen het voortgezet onderwijs, denk daarbij aan studiehuis en tweede fase onderwijs, doen een steeds groter beroep op de zelfstandigheid, het verantwoordelijkheidsgevoel en het kritisch keuzes kunnen maken van kinderen. Steeds vaker zullen zij studieopdrachten en projecten krijgen waarbij zij niet individueel, maar samen met medescholieren moeten werken. In het HBO en WO is deze manier van werken al veel langer gebruikelijk. Ook daar is het bekend dat uitval niet wordt veroorzaakt door gebrek aan cognitieve vaardigheden maar door het niet kunnen omgaan met vrijheden, het niet goed kunnen plannen en het gebrek aan zelfverantwoordelijkheid.

De volwassene als beroepsbeoefenaar: Beroepen waarbij je in je eentje werkt en alleen maar doet wat je baas je opdraagt, komen nauwelijks (meer) voor. In de meeste beroepen binnen onze moderne westerse kennismaatschappij worden initiatief, verantwoordelijkheidsgevoel en creativiteit verwacht. Vaak zal er overleg zijn met collega’s, opdrachtgevers en met diverse instanties. Zowel zelfstandigheid als het goed kunnen samenwerken zijn daarbij essentieel.

De volwassenen als medeburger: De maatschappij is gebaat bij mensen die zich actief inzetten voor de samenleving: mensen die zich verantwoordelijk voelen voor hun medemens en daarom bijvoorbeeld vrijwilligerswerk willen doen. Mensen die geëngageerd zijn en willen deelnemen aan de democratische processen in de samenleving en mensen die oog hebben voor de noden van hun medemensen.

Hier staan we voor:

De Daltonprincipes: vrijheid, zelfstandigheid en samenwerken worden door alle daltonscholen gehanteerd. De manier waarop men daar uitwerking aan geeft kan verschillen. In onderstaande geven we puntsgewijs de accenten weer die wij als school hanteren:

Dalton is geen trucje! De basis van ons pedagogisch handelen is erop gericht een pedagogisch klimaat te creëren waarin de sociale en emotionele veiligheid voor kinderen gewaarborgd wordt.

In de dagelijkse activiteiten loopt als een rode draad het ontwikkelen van waardenbesef en oordeelsvermogen. Kinderen moeten elkaar respecteren.

Er wordt rekening gehouden met verschillen tussen leerlingen. Hiervoor is het nodig de ontwikkeling van het kind goed in de gaten te houden. Het betreft hier niet alleen verschillen in cognitieve vaardigheden, maar ook verschillen in bv belangstelling, werkhouding en creativiteit.

Vrijheid betekent voor ons dat de leerkracht een deel van de verantwoordelijkheid voor het leren bij het kind legt. Essentieel hierbij is het feedback geven aan en het begeleiden van het kind.

kinderen moeten leren allerlei informatiebronnen te hanteren en te beoordelen.

er wordt gestreefd naar een grote variatie in werkvormen en materialen.

vormen van coöperatief leren worden in de groepen toegepast.

Kenmerken van onze school in trefwoorden:

De goede Daltonschool die wij willen zijn, kenmerkt zich door:

een goed pedagogisch klimaat

een rode draad w.b. werkwijze door onze school

taken

keuzewerk

uitgestelde aandacht

op een goede manier samenwerken (zowel in taak als daarbuiten)

groepsplannen

dagkleuren

een samenwerkend team (leren van elkaar, opvattingen delen, maatjes)

eisen stellen: ter verantwoording roepen

De hier genoemde onderwerpen zijn uitgewerkt en beschreven in dit Daltonboek. Wat we hier hebben vastgelegd zal regelmatig onderwerp van bespreking zijn. Onderwijs is een continuproces, we blijven ons ontwikkelen.

De leerkracht:

Het Daltononderwijs laat zich maar voor een deel vastleggen in afspraken. Het belangrijkste is en blijft de persoon voor de klas: de leerkracht. Het is een bepaalde houding ten opzichte van kinderen en ten opzichte van het onderwijs. Een houding die zich erdoor kenmerkt dat je bijvoorbeeld kinderen geen oplossingen voorkauwt, dat je ze stimuleert zelf na te denken over problemen, dat je oog hebt voor werkvormen die samenwerking bevorderen, dat je durft los te laten door hier een daar een stapje terug te doen om kinderen de gelegenheid te bieden om zelf verantwoordelijkheid te dragen en ga zo maar door. De persoon van de leerkracht is het hart van de (Dalton) school.

Het team:

Vanuit de Daltonoptiek gezien, opereert een leerkracht per definitie niet solistisch. Hij/zij functioneert binnen een team. Binnen dit team inspireer je elkaar en ondersteun je elkaar. In de bouw- en teamvergaderingen wordt de ontwikkeling van de school vorm gegeven.

daarom daltononderwijs.

dagkleuren

Alle dagen van de week hebben we een kleur gegeven. In de hele school zie je dan ook dezelfde dagkleuren hangen. Deze kleuren structureren de week voor de kinderen, wat hen helpt om een planning te kunnen maken. Voor de jongste kinderen is het daarmee ook eenvoudiger om de begrippen morgen overmorgen, gisteren, eergisteren, week enz. aan te leren.

De kleuren hangen in iedere groep aan de muur, zodat het kind ook kan zien “waar in de week we zijn”. Daarnaast worden de dagkleuren gebruikt bij de administratie van verschillende zaken.

Kleutergroepen:

In de kleutergroepen wordt de dag aangegeven d.m.v. het plaatsen van een pijl met pompom erop bij de betreffende dagkleur. In de ochtendkring wordt dit besproken. De kleuters van groep 1/2 hangen hun taak af op het taakbord d.m.v. een kaartje in de kleur van hun groep. Ze tekenen hun taak af met de kleur van de dag.

Groep 3 tot en met 8:

Op hun taakbrief geven de kinderen met de dagkleur aan dat ze een bepaalde opdracht af hebben gekregen.

Vooral als de taak uit meerdere dagen bestaat, geeft dit de leerkracht informatie over de leerstijl van het kind en biedt het de mogelijkheid om hem/haar hierbij te begeleiden. Een kind dat in het begin van de week weinig productief is en vervolgens alles op het laatste moment alles moet maken, kan geleerd worden dit beter te spreiden.

Kinderen die duidelijk te snel van start gaan en daarbij veel fouten maken, kan worden geleerd dat de kwaliteit van het werk belangrijker is dan dat het snel af is.

In de hogere groepen worden de dagkleuren ook gebruikt om een planning op de taakbrief te maken. De kinderen geven dan vooraf aan wat ze op welke dag willen gaan doen. Dit geeft hen zicht op hun eigen kunnen. Achteraf kunnen ze zien of iets te optimistisch ingeschat was of dat ze juist meer op een dag hadden kunnen plannen.

De dagkleuren zijn:

Maandag geel

Dinsdag rood

Woensdag roze

Donderdag paars

Vrijdag blauw

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid nemen voor de eigen planning

Zelfstandigheid

Zelfstandig administreren

Samenwerking

Maatje per week

5. dagritmekaarten/roosterborden

De dagkleuren zorgen door de hele school heen voor een ordening van de week. Daarnaast hanteren we in de groepen aanvullende materialen om de kinderen steun te bieden bij het ordenen van tijd en bezigheden.

Groep 1 tot en met 3:

Een hulpmiddel om de dag voor de jongste kinderen te ordenen zijn dagritmekaarten. Dit pakket bestaat uit een groot aantal pictogrammen die verschillende activiteiten voorstellen die voor de bewuste dag gepland staan. Door de leerkrachten zijn afspraken gemaakt over welk symbool voor welke activiteit staat

Deze kaartjes van de activiteiten worden aan het begin van de dag op volgorde gehangen.

Het gebruik van deze dagritmekaarten brengt ordening en daarmee voor een groot aantal kinderen rust.

Groep 3 tot en met 8:

In deze groepen hebben we ervoor gekozen het dagschema op het bord te schrijven, waardoor het overzicht van de dag voor kinderen nog duidelijker is. Op deze manier kan men ook duidelijk aangeven wanneer er instructie gegeven wordt.

Kinderen kunnen dan zelf bepalen of zij die uitleg nodig hebben en bijwonen, of dat ze verder gaan met hun taakwerk. Op dit moment wordt dat nog mondeling door de leerkracht aangegeven.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

De kinderen voelen zich medeverantwoordelijk voor het verloop van de dag. Het stimuleert het taakbesef.

Zelfstandigheid

Het dagritmepakket in mindere mate, maar de roosterborden zijn een hulpmiddel voor het goed plannen van de taak

Samenwerking

Ook bij het samen plannen van samenwerkingsopdrachten is het roosterbord een welkom hulpmiddel

6. symbolen

Op verschillende plaatsen in de school worden symbolen gebruikt, hieronder noemen we de belangrijkste en meest herkenbare symbolen:

Niet storen/welkom-bordjes op de deur van lokalen en andere ruimtes. Als er in het lokaal activiteiten plaatsvinden waarbij het storend zou zijn als iemand binnen zou komen dan komt er “niet storen” op de deur te hangen. Iedereen (kinderen, leerkrachten, ouders, bezoekers) wordt geacht dit te respecteren.

WC-symbolen in de groep. Uit het oogpunt van zelfstandigheid, wordt de gang naar de WC geregeld middels symbolen die per groep kunnen verschillen. Het kind kan dan zelf zien of het naar de WC mag.

Uitgestelde aandacht tekens. In alle groepen wordt een teken voor uitgestelde aandacht gebruikt. Ze hebben allemaal hetzelfde principe, een rode en een groene kant, maar verschillen van uiterlijk. In de groepen 1 en 2 is er een schildpad, groepen 3 en 4 hebben een vlieger, de groepen 5 en 6 werken met een cirkel en in de groepen 7 en 8 wordt gebruik gemaakt van een papagaai.

Het planbord bij kleuters. Kinderen kunnen zelf aan de symbolen op het keuzebord zien welke hoeken/activiteiten bezet of vrij zijn en maken vervolgens hun keuze. Met hun eigen naam geven ze op dit bord aan wat ze hebben gekozen. Ook hierover schrijven we verderop uitgebreider.

Niet storen: Samenwerken betekent ook dat kinderen elkaar om hulp mogen vragen. Wij besteden in de groep ook aandacht aan hoe je hulp vraagt: vriendelijk en zonder onnodig te storen. Soms mag een kind ook weigeren een ander te helpen. Bijvoorbeeld als het zelf bezig is met iets dat zijn volledige concentratie vereist of dat het kind zo vaak wordt gevraagd te helpen dat het eigen werk eronder dreigt te gaan lijden. Ook in dat geval moet het kind leren vriendelijk nee te zeggen. We gebruiken hiervoor een blokje met een rode sticker.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Symbolen verschaffen duidelijkheid, zodat het kind verantwoordelijkheid kan nemen voor zijn eigen keuzes. Daarnaast geven ze ook de mate van vrijheid aan.

Zelfstandigheid

Kijkend naar het symbool kan het kind zelfstandig beslissingen nemen, zonder dat iets aan de leerkracht hoeft te worden gevraagd

Samenwerking

Door de symbolen te respecteren houdt het kind rekening met anderen

7. de taak

Misschien is de taak wel het bekendste element van het Daltononderwijs.

Er is in de school een opbouw in het omgaan met de taak. Die opbouw betreft: de tijd die eraan besteed kan worden en de periode die hij beslaat (dagtaak, halve weektaak, weektaak), de omvang van de taak en de onderdelen van de taak.

Taakperiode:

Dit varieert van dagtaken tot weektaken. In de kleutergroepen werken we met een tweeweeksetaak, groep 3 en 4 werken met een dagtaak waarbij in groep 4 wordt overgegaan naar een halve weektaak, vanaf groep 5 werkt men met weektaken. Natuurlijk is de leerkracht vrij om op een gegeven moment, indien dit in het belang van de leerling is, terug te gaan naar een halve weektaak of bij jongere kinderen naar een dagtaak. Omgekeerd is natuurlijk ook mogelijk dat er kinderen zijn die sneller naar grotere taken gaan.

De kinderen zijn vrij om de volgorde van taken te kiezen, daarbij dienen ze in de bovenbouwgroepen rekening te houden met het weekrooster. De kinderen kleuren de taken af op hun taakbrief of hangen de taken af op het taakbord. Is de weektaak af dan kiest het kind uit de extra opdrachten en hierna staat er nog keuzewerk op de weektaak.

Wij hebben ervoor gekozen om de taak op maandag te laten starten en op vrijdag te laten eindigen.

Omvang en inhoud van de taak:

Hoewel de taakbrieven in eerste instantie lijken op een serie opdrachten die voor alle kinderen van de groep gelijk zijn is het tegendeel waar. Wij proberen maatwerk te leveren. Denk daarbij aan kinderen die meer- of hoogbegaafd zijn, denk aan zorgkinderen met een eigen programma, kortom: differentiatie alom.

Samenwerken in de taak:

Omdat samenwerken een belangrijk aspect is van het Daltononderwijs, wordt er in bepaalde situaties samengewerkt. Daarom staan er op de taakbrief opdrachten waarbij samenwerken noodzakelijk is.

Ook bij de kleuters worden regelmatig samenwerkingsopdrachten op het taakbord of taakbrief gezet.

Planning en notatie:

De kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor de registratie

In de kleutergroep hangen ze een bordje in de dagkleur achter hun naam onder het betreffende taaksymbool, nadat ze de taak hebben gedaan.

In groep 3 tot en met groep 8 kleuren ze, als ze taken af hebben, de vakjes die bij de betreffende taken behoren in de dagkleur.

Vanaf groep 3 hebben de kinderen ook een planningskolom, dit zijn vakjes om hun werk te plannen. Ook hier gebruiken ze de dagkleuren om aan te geven welke onderdelen ze op welke dag willen gaan doen

Op de taakbrief kleuren de kinderen zelf welk keuzewerk ze hebben gedaan

Evaluatie en beoordeling:

Het leren van de vaardigheden die het kind nodig heeft om goed met de taak om te gaan, gaat niet altijd vanzelf. Het is daarom nodig dat de leerkracht het proces van het taakwerken regelmatig met de kinderen bespreekt: “voor welke problemen kwam je te staan en hoe heb je ze opgelost?” de leerkracht zal dit zowel groepsgewijs als individueel doen. Het zal gaan over thema’s als planning, samenwerken, netheid, inzet, zelfstandig problemen oplossen, rekening houden met elkaar en ga zo maar door.

Het kind heeft ook recht op individuele feedback van de leerkracht. In de kleutergroepen vindt dit plaats tijdens of na het werken. Vanaf het moment dat de kinderen voldoende kunnen lezen gebeurt dit, naast de mondelinge feedback. Ook willen we de kinderen zelf betrekken bij de beoordeling van hun werk en hoe ze gewerkt hebben.

De Daltonaspecten binnen het taakwerk zijn legio. We noemen:

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Vrijheid in de eigen planning en de uitvoering daarvan

Verantwoordelijkheid nemen voor de gemaakte keuzes

Zelfstandigheid

Zelfstandig administreren

Kritisch het eigen werk evalueren

Samenwerken

Opdrachten in tweetallen of groepjes uitvoeren

Onderlinge hulp

8. taakborden groep 1 en 2

In de kleutergroepen werken we met een taak/keuze bord

Op het magnetische planbord staan d.m.v plaatjes de verschillende hoeken, verf- en tekenbord, taken en andere activiteiten (ontwikkelingsmateriaal) aangegeven. Kinderen kiezen een activiteit en ‘plakken’ hun eigen naamkaartje bij de betreffende activiteit. Zo kunnen de kinderen zien hoeveel kinderen er bij een bepaalde activiteit zitten en of er nog wel ruimte is. op deze manier worden de kleuters zelfstandigheid bijgebracht. Niet alles hoeft meer via de leerkracht, nee ze kunnen nu zelf zien of er nog ruimte is door het aantal stippen wat bij een activiteit staat.

Op het taakbord staat aangegeven welke verplichte taken de kinderen die week moeten doen. De kinderen van groep 1/2 werken met dit taakbord.

Organisatie:

Vanuit de kring mogen de kinderen kiezen. De kinderen krijgen van de maatjes van de dag hun naamkaartje voor het planbord. Pas als hun taak klaar is hangen ze het kaartje in de kleur van de dag achter hun naam onder het symbool van de taak, of ze kleuren hun taak af op de taakbrief.

De taken:

De soorten taken zijn heel divers. Bijvoorbeeld werken met ontwikkelingsmateriaal, creatieve opdrachten, werkbladen, of werken in een bepaalde hoek

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Door het gebruik van het taakbord wordt de kleuter taakbesef geoefend. Natuurlijk gebeurt dit in de kleutergroepen ook op zeer veel andere manieren. Het kind is er verantwoordelijk voor dat het zijn opdrachten af krijgt. Daarbij heeft het de vrijheid om zelf te kiezen op welke dag hij of zij een taak doet

Zelfstandigheid

De taak wordt in principe zelfstandig gemaakt, al zal duidelijk zijn dat de leerkracht hierbij vaak nog een handje zal helpen. Het zelfstandig pakken, schoonmaken en opruimen van materialen is een belangrijk element van het werken in de kleutergroepen

Samenwerken

De leerkracht zal bewust zoeken naar samenwerkingsopdrachten. Ook is bepaald ontwikkelingsmateriaal erop gericht samen te werken. Daarnaast wordt er ook veel aandacht besteed aan het elkaar helpen en het delen van materialen.

9. (zelf)correctie

Kind of leerkracht:

Wij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de kinderen. Dit geldt zowel voor de opdrachten die binnen de taak worden gedaan als voor de opdrachten daarbuiten. Zelfcorrectie is om de volgende reden waardevol:

het kind krijgt meteen feedback op zijn werk. Hij hoeft niet te wachten tot hij het werk pas later terug krijgt van de leerkracht

het heeft een duidelijk leereffect, omdat het kind, als het een fout ontdekt zich meteen zal afvragen hoe deze fout kon ontstaan

het geeft de kinderen hierdoor een beter inzicht in wat ze kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten vragen aan de leerkracht

In de kleutergroepen is veel zelfcorrigerend materiaal.

In de loop van groep 3 mogen de kinderen bepaalde opdrachten al zelf corrigeren. Met name de woorddictees en rekenopdrachten lenen zich daar al snel voor. Naarmate de kinderen ouder worden is er steeds meer mogelijk.

In de hogere groepen wordt dit geleidelijk uitgebreid.

Het streven is, om de kinderen zoveel als mogelijk is en zoveel als zij aankunnen, zelf te laten corrigeren. De groepsleerkracht is degene die het best kan inschatten welk werk in zijn/haar groep er wel en niet geschikt is om door de kinderen te laten nakijken.

Hierbij gelden de volgende afspraken:

toetsen worden in de onderbouw door de leerkrachten nagekeken in de bovenbouw worden de toetsen ook wel door de leerlingen zelf nagekeken

regelmatig corrigeert de leerkracht het werk van alle kinderen om goed de vorderingen te kunnen bepalen

de leerkracht neemt steekproeven om te kijken of het corrigeren goed is gebeurd

ook hier kan “op maat” gewerkt worden. Het ene kind geeft er blijk van al heel zelfstandig en goed te kunnen nakijken, terwijl de ander onzorgvuldig is of liever de antwoorden overschrijft. Dit laatst kind kan minder vrijheid aan en moet meer worden ondersteund en gecontroleerd

ook andere vormen van correctie kunnen worden gebruikt, zoals nakijken in tweetallen, leerkracht en kind kijken ieder de helft na, klassikale correctie e.d.

Corrigeren moet je leren:

Zelf je werk nakijken vraagt een bepaalde houding van de kinderen. De kinderen moeten zich realiseren dat je je werk nakijkt om er iets van te leren en niet om zoveel mogelijk “krulletjes” in je schrift te hebben. Als leerkracht moeten we ons realiseren dat we dit de kinderen moeten leren.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid nemen voor de eigen manier van corrigeren. Hulp/uitleg vragen als je merkt dat er veel fouten zijn gemaakt.

Zelfstandigheid

Zelfstandig nakijken

Samenwerken

In de varianten waarbij je elkaar of samen corrigeert

10. keuzewerk

Vanaf groep 3 is keuzewerk voor ons een essentieel onderdeel van de taak. Het is dan ook niet “even iets voor jezelf doen”, ook is het geen uitloopwerk voor de snelle werkers of “even een spelletje doen”, daarom hechten we er aan om hieronder een beschrijving te geven van hoe wij op school met keuzewerk omgaan.

Keuzewerk is:

een niet vrijblijvende educatieve activiteit;

de scheidslijn educatief – recreatief is niet altijd scherp te trekken (ganzenbord kan als taalactiviteit heel educatief zijn in groep 3, maar niet meer in groep 6)

een vast onderdeel van het taakwerk; bv omschreven als “werk 30 minuten aan je keuzewerk”

een activiteit die de kinderen zelf mogen kiezen; vooralsnog hebben we een begrenzing gesteld aan de keuze, zie ook voorbeelden van registratie

didactisch materiaal samengesteld (keuzemappen) of uitgezocht door de leerkracht en/of leerlingen. Het aanbod zal in de praktijk steeds verder moeten groeien, het materiaal zal moeten worden aangepast en gewisseld. Nadrukkelijk streven we er naar in de mappen veel samenwerkingsopdrachten op te nemen. Regelmatige evaluatie, als team onderling, maar ook met de leerlingen samen is daarom van belang

keuzewerk is in principe zelfcorrigerend, al zal de leerkracht ook hierbij volgen wat de leerlingen doen en welke kwaliteit zij leveren

ook binnen het keuzewerk zal ernaar gestreefd worden de kinderen te laten samenwerken

Organisatie:

In de groepen 3 t/m 8 staan witte keuzemappen en ander materiaal. Hierin zijn allerlei activiteiten opgenomen waar de kinderen uit kunnen kiezen.

De inhoud van de keuzemappen groeit voortdurend en wordt ook steeds geactualiseerd.

We streven naar een ruim gevarieerd keuzeaanbod (in ontwikkeling).

Vanaf groep 3 zou je de keuzemappen ook kunnen rubriceren volgens de indeling van de schoolvakken.

Inbreng leerlingen:

Het zou goed zijn wanneer de leerlingen ook inbreng hebben op de inhoud van de mappen. Als leerkracht moet je peilen waar de belangstelling van de kinderen ligt, zo kunnen de kinderen aangeven welke aanvullingen op de map zouden moeten komen. Als een kind iets als keuzewerk wil doen dat (nog) niet in de mappen te vinden is en dat ook niet bij de door de leerkracht gekozen materialen staat, kan het overleggen met de leerkracht. Op het registratieformulier wordt dit aangegeven met een lege kolom.

Registratie:

De leerlingen registreren zelf:

groep 3 t/m 8 d.m.v. groepslijsten

NB. Groep 3 heeft ervoor gekozen om 30 min. Keuzewerk in te roosteren.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

De kinderen hebben de vrijheid om zelf te kiezen wat ze willen leren. Hun keuze moeten ze ook waarmaken. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering.

Zelfstandigheid

De keuze wordt zelfstandig gemaakt, zonder dat de leerkracht zich daarin mengt. Ook de uitvoering gebeurt zelfstandig. Op verzoek van de leerling zal de leerkracht helpen en suggesties geven.

Samenwerken

Sommige opdrachten kunnen alleen samen gedaan worden. Bij andere bestaat de mogelijkheid om ze alleen of samen te doen.

11. uitgestelde aandacht

Met uitgestelde aandacht bedoelen we een periode dat de leerkracht niet meteen beschikbaar is voor vragen en problemen van kinderen. Het is een didactische maatregel waardoor kinderen in staat worden gesteld zelfstandig problemen op te lossen.

De twee belangrijkste redenen om te werken met uitgestelde aandacht zijn:

kinderen leren in deze periode zelfstandig probleempjes op te lossen en zijn op elkaar aangewezen voor onderlinge hulp

het biedt de leerkracht de gelegenheid om ongestoord met individuele kinderen of met een klein groepje kinderen te werken

Wij werken bij ons op school met dobbelstenen. Op deze dobbelstenen staan een rode, groene en blauwe sticker. Wanneer een kind kiest voor de rode sticker dan wil het niet gestoord worden, een groene sticker betekent dat je een ander kind wel wil helpen en een blauwe sticker betekent dat je een vraag hebt voor de juf of meester.

Eerst de tafelgroep:

Als een kind wordt geconfronteerd met een probleempje of wanneer hij een vraag heeft, waarbij hij nu niet bij de leerkracht terecht kan, dan zal hij/zij in deze volgorde proberen een oplossing te vinden:

hij/zij denkt eerst goed zelf na over mogelijke oplossingen

vraagt hulp bij kinderen van eigen tafelgroep

vraagt hulp bij andere kinderen uit de groep (groepsafhankelijk)

zet de dobbelsteen op blauw (juf of meester komt helpen)

bij dit alles is het uiterst belangrijk dat het kind oplossingen zoekt die anderen zo weinig mogelijk storen.

Kinderen werken zelfstandig;

Dat betekent o.a. dat materialen die kinderen nodig hebben voor hen beschikbaar zijn en dat zij de vrijheid hebben om eigen oplossingen te bedenken. Regelmatig zal de leerkracht na afloop van de periode van zelfstandig werken kort met de kinderen evalueren hoe het is gegaan.

Symbolen bij uitgestelde aandacht:

Groep 1 en 2:schildpad op rood, betekent dat de leerkracht niet gestoord mag worden. De leerkracht heeft in die tijd gelegenheid om individuele of groepjes kinderen te helpen of het proces te observeren.

Groep 3 tot en met 8: vlieger, cirkel of papgaai op rood, dan werken we zelfstandig.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

De vrijheid om zelf oplossingen te bedenken voor de gerezen problemen. Tevens de verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan. De vrijheid om hulp te zoeken en te geven

Zelfstandigheid

De hulp van de leerkracht wordt pas gegeven als niet het kind, maar de leerkracht daartoe het initiatief neemt

Samenwerken

Oplossingen door middel van samenwerken worden gestimuleerd

12. samenwerken, samenwerkend leren en maatjeswerk

Wij vinden het van grote pedagogische waarde dat kinderen sociale vaardigheden opdoen. Het samenwerken is daarom van grote betekenis.

Samenwerken vindt op vele manieren plaats, wij noemen:

In de taak:

Er worden bewust samenwerkingsopdrachten op de taakbrief gezet

Tijdens instructielessen:

Taal- rekenen- en andere methodes doen vaak suggesties voor samenwerkingsopdrachten. De leerkrachten zullen bewust samenwerkingsopdrachten opnemen in hun lesprogramma

Tijdens het bewegingsonderwijs:

Bewegingsonderwijs is bij uitstek een vakgebied waarbij werkvormen gehanteerd kunnen worden waarbij samenwerking nodig is. Veel sport en spelvormen zijn hiervoor geschikt.

Tijdens de creatieve vakken:

Regelmatig worden er bij de crea-opdrachten samenwerkingsvormen gekozen.

Bij al deze werkvormen zal de leerkracht regelmatig een korte nabespreking houden over het proces van samenwerken.

Samenwerken, samenwerkend of coöperatief leren en maatjeswerk:

We willen heel duidelijk onderscheid maken tussen samen werken en samenwerken. Samen werken gebeurt met name tijdens het taakwerk, waarbij kinderen individueel aan hun eigen opdracht werken maar dat ze wel rekening met elkaar houden en elkaar helpen. Samen werken gebeurt spontaan, wij stimuleren dit ook. Daarnaast hebben we afspraken gemaakt over maatjeswerk, een vorm van samen werken waarbij twee kinderen aan elkaar gekoppeld zijn. Tijdens het samen werken houden kinderen rekening met elkaar dat houdt in dat men elkaar niet stoort of afleidt tijdens het werk, maar ook dat je je verantwoordelijk voelt voor het welzijn van je medeleerlingen en dat je je verantwoordelijk voelt voor de sfeer in de groep en voor de school als geheel. Pestgedrag hoort daar bijvoorbeeld niet bij, maar belangstelling voor een zieke klasgenoot en zorg voor een nette schoolomgeving wel. Kinderen moeten het normaal vinden dat je elkaar helpt. Het is ook normaal dat je hulp vraagt. Niet alle kinderen kunnen dit uit zich zelf. Wij zullen hen dat moeten leren. Als leerkracht zelf ben je rolmodel.

Tijdens het zelfstandig werken zal de leerkracht zich terughoudend opstellen t.o.v;. de gebeurtenissen in de groep. Ook de probleempjes in de sociale sfeer moeten de kinderen in eerste instantie proberen zelfstandig op te lossen.

Samenwerken is minder vrijblijvend als samen werken. Wij kiezen ervoor om dit samenwerkend leren te noemen of ook wel coöperatief leren. Kinderen werken in groepjes aan een opdracht waarbij een positieve wederzijdse onafhankelijkheid is. daar we deze vorm van samenwerken erg belangrijk vinden hebben we daar enkele jaren geleden een jaar lang aan gewerkt. We hebben samen het einddoel voor onze school bepaalt en de tussendoelen. Ik geef ze hieronder weer:

Samenwerkend of coöperatief leren:

Einddoel groep 8:

Coöperatief leren is een geïntegreerde werkvorm die binnen ons Dalton-onderwijs in alle groepen wordt toegepast.

Als de kinderen na 8 jaren basisonderwijs onze school verlaten, zijn ze in staat in tweetallen of groepjes op een gestructureerde manier samen te werken waarbij de 5 basiskenmerken herkenbaar worden toegepast.

De vijf basiskenmerken zijn:

positieve wederzijdse afhankelijkheid van de leerlingen

individuele verantwoordelijkheid van iedere leerling afzonderlijk

directe interactie (waartoe de opdracht moet uitnodigen)

de leerlingen beheersen de verschillende samenwerkingsvaardigheden

de leerlingen kunnen tot een zinvolle evaluatie komen; enerzijds van het samenwerkingsproces, anderzijds van het product

om dit einddoel te bereiken hebben we per groep de volgende tussendoelen:

De tussendoelen:

Groep 1:

Het leren samenwerken start voor het jonge kind vanuit het handelen en ervaren.

-elkaar aankijken tijdens het praten

-elkaars naam gebruiken

-luisteren naar elkaar

-elkaar uit laten praten en om de beurt praten

-vriendelijk op elkaar reageren

Groep 2:

-elkaar de gelegenheid geven om mee te doen bij het spelen door alle vaardigheden van groep 1 te combineren

-materiaal met elkaar kunnen delen

-mee kunnen werken aan een eenvoudige opdracht

-aan de taak doorwerken totdat het klaar is

-rustig praten en doorwerken

-een bijdrage leveren aan een kringgesprek

-duidelijk praten

Groep 3:

-elkaar kunnen helpen, hulp kunnen geven en kunnen vragen

-elkaar de werkruimte kunnen delen

-elkaar een compliment kunnen geven

-een aanwijsbare bijdrage kunnen leveren aan een groepsopdracht

-onder begeleiding (van een leerkracht) leren de kinderen een taakverdeling te maken ( een minimum van 3 kinderen per groep)

Groep 4:

-de kinderen komen zelfstandig tot een simpele taakverdeling (de leerkracht geeft de rollen aan)

-de kinderen kunnen een bruikbare tip geven op eigen initiatief

Groep 5:

-de kinderen kunnen hun werk beoordelen a.d.v. bepaalde werkpunten behorend bij de opdracht

-ze kunnen elkaar aanmoedigen

-de kinderen hebben zicht op de taakverdeling (welke taken hebben we nodig)

Groep 6::

-het proces kunnen evalueren a.d.h.v. bepaalde werkpunten behorend bij de opdracht

-op een juiste manier kritiek geven (opbouwend) en daar mee leren omgaan

Groep 7::

-kinderen kunnen onder begeleiding een groepsopdracht overzien van 3 weken

-samen met de leerkracht het proces en het product kunnen evalueren

-kinderen kunnen zelf de taken verdelen zonder dat deze van te voren worden uitgelegd

Ook voor het maatjesleren binnen de groep hebben we afspraken gemaakt:

DOEL

kinderen met verschillende niveaus leren samenwerken

kinderen leren werken met niet door henzelf gekozen kinderen

maatjeswerk alleen tijdens taakwerk

groep 4 t/m 8

groep (2) en 3 doet 1 periode

Inwerkperiode begin schooljaar

In deze periode observeer je welke koppels heel sterk naar elkaar toe trekken

Tweede periode

In deze periode worden er ‘koppels’ gekozen door de leerkracht

Derde periode

Kinderen zijn weer vrij om maatje te kiezen; observatie of de koppels weer teruggaan naar zoals ze in het begin waren of heeft het maatjeswerk ook geresulteerd in andere keuzes

Vierde periode

Mogelijk handelen als in tweede periode

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid nemen voor de fysieke en sociale omgeving. Vrijheid om hulp te zoeken en te verlenen

Zelfstandigheid

Zelfstandig hulp zoeken en verlenen

Samenwerken

Duidelijk

13. materialen

De inrichting van de lokalen moet zo zijn, dat de kinderen alle materialen die zij nodig hebben, zelfstandig kunnen pakken, eventueel weer schoonmaken en opruimen.

Vooral in de kleutergroepen ligt sterk de nadruk op deze vorm van zelfstandigheid. Daar wordt ook de basis gelegd voor het vervolg. In de groepen 3 tot en met 8 wordt dit voortgezet.

Van ons, leerkrachten, vraagt dit netheid en consequent opruimen en aanvullen van de materialen in het lokaal. Kinderen weten waar ze een nieuw schrift, vulling vulpen e.d. kunnen vinden. Materialen als potloden, papier, boeken en scharen hebben ze in hun eigen laatje of kunnen ze eenvoudigweg zelf ophalen doordat duidelijk is wat zich waar bevindt.

Ten aanzien van de materialen uit het magazijn maken wij een uitzondering: hier geldt dat kinderen onder begeleiding uit het magazijn spullen mogen halen.

Bij het zelf pakken van wat je nodig hebt, geldt een uitzondering voor zaken die mogelijk gevaar opleveren (bv snijmachine) of die relatief duur zijn (bv bepaalde creatieve materialen) of waarvan er maar weinig beschikbaar zijn (bv tv, dvd, computer)

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

De vrijheid om zonder te vragen materialen te gebruiken die nodig zijn.

Zelfstandigheid

Zelf beoordelen en bepalen wat nodig is en dat vervolgens ook zelf halen

Samenwerken

Ook een ander moet de spullen weer gebruiken, dus laat het schoon en opgeruimd achter. Maak niet alles op en overleg over het gebruik van schaarse spullen.

14. werkplekken

De kinderen hebben , in bepaalde mate, vrijheid in het kiezen van een werkplek in de school.

Doordat de kinderen aan hun individuele taak werken, zijn kinderen in het klaslokaal gelijktijdig bezig met verschillende opdrachten. Er zitten kinderen samen te werken aan een taak, er krijgt een groepje extra instructie van de leerkracht ergens anders zijn er wellicht kinderen bezig met een creatieve opdracht of techniekopdracht al dan niet als keuzewerk.

Dit alles betekent dat een kind op een Daltonschool moet wennen aan een zeker werkgeruis. Ook kan het kind ervoor kiezen een rustiger werkplek op te zoeken.

Voorbereiding bij de kleuters:

In de kleutergroepen is het werken in verschillende hoeken vanzelfsprekend. Enkele hoeken bevinden zich in de hal of gang. Door kinderen er aan te wennen ook in de gang te werken, waar ook andere kinderen werken of langs komen, worden de kinderen voorbereid op het latere zelfstandig werken in ruimtes waar de leerkracht niet continu aanwezig is. Een specifieke ruimte waar kleuters rustig kunnen werken hebben wij, helaas, niet. Wel wordt daartoe af en toe gebruik gemaakt van de tafels in de hal.

De werkplekken in de gang en in de hal:

Bij ieder lokaal in de gang hebben we een werkplek kunnen situeren. De kinderen kunnen deze ruimte gebruiken om rustig samen of alleen te werken. Om ervoor te zorgen dat ze rustig op de gang werken hangen de regels bij de werkplekken. In principe is het zo dat er bij iedere groep een werkplek hoort, echter wanneer kinderen zien dat er werkplekken leeg zijn bij de andere lokalen dan mogen ze ook daar gebruik van maken. Het lerarenkamertje mag ook gebruikt worden als werkplek. Boven, ruimte van de overblijf, is een stilteplek. Hier mag alleen stil gewerkt worden, dus geen overleg.

De tafels in de hal mogen ook gebruikt worden om daar rustig te werken. Ook werken er in de hal soms groepjes op de mat. Zij spelen dan met bv Kapla, K’nex of ander constructiemateriaal.

Wanneer kinderen een PC nodig hebben voor hun taak, dan kunnen ze naast de computers in de klas ook gebruik maken van de computers in de gang. Zijn alle computers in het lokaal en op de gangen bezet, dan mogen ze in de andere lokalen vragen of ze daar terecht kunnen.

Belangrijkste werkafspraak:

De belangrijkste werkafspraak die overal in de school geldt, of je nu in een lokaal zit te werken of ergens anders luidt: “we storen elkaar niet”

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

De vrijheid om zelf een werkplek te bepalen.

De verantwoordelijkheid om zijn werk te maken en dus om een gunstige werkplek te kiezen, ligt in principe bij het kind zelf.

Zelfstandigheid

Bij het maken van deze keuze moet het kind aanvankelijk met de leerkracht overleggen (jongste kinderen), maar uiteindelijk maakt het deze keuze zelf.

Samenwerken

In het “we storen elkaar niet”, is een van de belangrijkste aspecten van het samenwerken samengevat. Kinderen kiezen er ook voor om samen aan een plek te gaan werken.

15. de kring

In alle groepen wordt in meer of mindere mate gewerkt met een kring.

Het woord kring kent twee betekenissen:

een organisatievorm, een opstelling van het meubilair

een werkvorm, een manier van communiceren (hoeft niet altijd in kringopstelling plaats te vinden)

Enkele gedachten over de toepassing van de kring bij ons op school:

in alle groepen wordt de week geopend met een (ervarings)gesprek, dit vindt niet altijd in kringopstelling plaats. De leerkracht kan er ook voor kiezen dat het gesprek plaats vindt in meerdere kleine kringen, tafelgroepjes, jongens- en meisjeskring of andere vormen. Deze andere vormen van Kringgesprek zijn ook ontstaan vanuit de ervaring dat een kring niet te lang moet duren, omdat veel kinderen passief zijn en het daarom voor een groot aantal kinderen minder boeiend is

in de groepen 1 en 2 wordt dagelijks zowel ’s morgens als ’s middags begonnen met een kring. Vanuit de kring vindt ook het kiezen plaats

naast de maandagochtendkring zijn er ook andere kringen waarin taalactiviteiten plaats vinden, zang, instructie wordt gegeven enz.

daarnaast hebben we nog de “krantenkring”, de “boekbesprekingkring”, “de spreekbeurtkring” enz.

de kleine kring is een effectief middel in alle groepen. Kinderen leren in een kleine kring vaak makkelijker communiceren dan in een grote kring. Ook kan een leerkracht tijdens het taakwerk ervoor kiezen om in een kleine kring aan een groepje kinderen extra instructie te geven of een coachingsgesprek te hebben n.a.v. of ter voorbereiding van zelfsturende activiteiten die wij in het kader van meer- en hoogbegaafdheid volgens de cirkel van de “actief leer wijzer” voeren (wat wil ik leren? Wat wil ik maken? Hoe pak ik het aan? Kan ik aan de slag? Wat vind ik/mijn juf of meester van het resultaat? Hoe ga ik het presenteren en bewaren? )

In een kring waarin door kinderen van gedachten wordt gewisseld over bepaalde onderwerpen, kunnen kinderen door middel van gebaren aangeven of je een vraag wilt stellen c.q. wilt reageren op de verteller of een nieuw onderwerp wilt aansnijden.

Een vinger omhoog betekent reageren op de verteller of een vraag stellen over het onderwerp. De verteller geeft dan de beurt aan. Een vuist naar voren betekent ik wil een nieuw onderwerp aansnijden, ik wil graag de beurt. Als de verteller klaar is kan hij of zij de beurt doorgeven aan een van de kinderen die de vuist naar voren hebben. Dit systeem wordt gehanteerd in de groepen 3 t/m 5. Van de oudere kinderen verwachten wij dat zij sociaal en verbaal vaardig genoeg zijn om dit met woorden i.p.v. gebaren aan te kunnen geven.

Daar waar mogelijk, streven wij ernaar ook kinderen de rol van gespreksleider op zich te laten nemen. Onze klassenvergadering in de groepen 6, 7 en 8 is daarvan een goed voorbeeld. Maar ook tijdens samenwerkend leeropdrachten is een rolverdeling vaak noodzakelijk.

Het werken in de kring is dan ook zeker de moeite van een verdere ontwikkeling waard.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Het kind is verantwoordelijk voor het naleven van de kringregels en daarmee voor de goede sfeer in de groep

Zelfstandigheid

Als we in kleine kringvorm werken dan zijn er kringen die zelfstandig zonder begeleiding van een leerkracht hun gesprek voeren

Samenwerken

Het is voor het samenwerken van groot belang dat kinderen leren communiceren – duidelijk je gedachten, je mening verwoorden en leren luisteren naar elkaar-

16. zorg voor klas, school en omgeving

Verantwoordelijkheid dragen door kinderen betekent ook dat zij zorg leren hebben voor hun fysieke omgeving: de klas, de school als geheel en het terrein om de school heen.

Hulpjes / klassendienst in de klas:

In alle groepen hebben de kinderen per toerbeurt een taak om de leerkracht te assisteren bij allerlei dagelijkse zaken (boeken uitdelen, fruit uitdelen) maar ook om (in beperkte mate) te helpen opruimen, kasten controleren en schoonmaken van het lokaal.

In de kleutergroepen noemen we dat de “hulpjes” en in de andere groepen heet dat “klassendienst”.

In de school:

In de school zijn schoolregels van kracht, waarin ook het netjes houden van de algemene ruimtes is opgenomen. Wij zullen de kinderen erop aanspreken dat ook zij verantwoordelijk zijn voor hun werkomgeving.

Om de school:

De kinderen van de hoogste groepen hebben bij toerbeurt de verantwoordelijkheid over de netheid van het plein en de tuintjes. Ook zijn er wekelijks twee kinderen, van groep 8, aangesteld als “fietsencontroleurs”, zij zien erop toe dat alle kinderen hun fiets op de afgesproken manier stallen.

Daltonaspecten:

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Al deze activiteiten zijn erop gericht tot het stimuleren van het verantwoordelijkheidsgevoel

Zelfstandigheid

Veel van deze hulpkinderen ‘opereren’ zelfstandig, denk aan de fietsencontroleurs, de kinderen die planten water geven enz.

Samenwerken

De hier genoemde activiteiten vinden allemaal in groepjes plaats, meestal in tweetallen. Werkoverleg is dus nodig

17. informatie en rapportage

Onze Dalton-identiteit dragen we uit naar ouders en kinderen, maar ook naar invalkrachten en nieuw personeel. In de intakegesprekken met ouders wordt uitgebreid stil gestaan bij de tweeledige identiteit, enerzijds onze katholieke identiteit en anderzijds onze Dalton-identiteit. In grote lijnen wordt van beide verteld wat dat inhoudt, zodat aspirant ouders ook bewust kunnen kiezen en dus weten waarvoor ze kiezen.

Voor de algemene informatie zullen we onder andere gebruik maken van de volgende fenomenen:

groepsinformatieavonden

intakegesprekken als hierboven genoemd

de schoolgids

het schoolplan

het Daltonboek

de website

de vaardigheiden die kinderen op onze Daltonschool dienen te ontwikkelen, worden ook gerapporteerd aan de ouders van individuele kinderen

tijdens tien minuten gesprekken

tijdens huisbezoeken (indien gewenst)

ook is het belangrijk om de kinderen regelmatig te herinneren aan het hoe, maar ook zeker het waarom van onze werkwijze op school. Het begrip Dalton zal daarbij dan ook zeker aan de orde komen.

Het meest geëigende moment daarvoor is het begin van het schooljaar tijdens de introductiedagen. Daarnaast zal de groepsleerkracht voortdurend de Daltonprincipes onder de aandacht van de leerlingen brengen, bijvoorbeeld tijdens de evaluatie van het taakwerk.

18. Daltonontwikkelingsplan

Hier wil ik een beschrijving geven van de ontwikkelingen die wij in de periode tussen beide visitaties hebben doorlopen. Te denken valt dan aan differentiatie in instructie, uitgestelde aandacht, hoogbegaafdheid, zelfsturende leren, samenwerkend leren tot het daltonboek

Helaas was de herfstvakantie te kort om dat gerealiseerd te krijgen, dit volgt dus later

tekening van Joppe