Trefwoord
Trefwoord
Ouderbrief bij Trefwoord, jaargang 16, aflevering 1
Aan de ouders/verzorgers,
Voor de godsdienstige opvoeding van uw kinderen gebruiken we op school de methode ‘Trefwoord’. In de klas hangt een scheurkalender met voor iedere dag een tekening, foto, puzzel of tekst. De (Bijbel-)verhalen, gedichten, gebeden en liederen die daarbij horen staan in de handleiding voor de leerkracht. Zo stelt ‘Trefwoord’ verschillende thema’s uit de leefwereld van de kinderen en uit de Bijbel aan de orde. De kleurenposter geeft telkens aan welk thema in een bepaalde periode actueel is. In de eerste aflevering van 16 augustus tot en met 12 november zijn dat de volgende thema’s:
Startweek (week 33, 34 of 36)
Inhoud: De start van het nieuwe schooljaar, tevens oriëntatie op het werken met de kalender.
Bijbel: De uitzending van de leerlingen (Lucas 9 en 12).
Kleren maken de man (week 34 t/m 36)
Inhoud: Over wat kleding over mensen zegt en over de symbolische betekenis van kleding in Bijbel en religie.
Bijbel: De jas van Jozef en wat er met hem en zijn broers gebeurde (Genesis 37-45).
Heel en kapot (week 37 t/m 39)
Inhoud: Wat is heel? En hoe komt het dat dingen kapotgaan? Ook mensen komen bij elkaar en gaan soms weer uit elkaar. Hoe ga je om met breekpunten?
Bijbel: Scheppingsverhalen, Kaïn en Abel, Noach, De toren van Babel (Genesis 1-11).
Thuis (week 40 t/m 43)
Inhoud: Over je thuis voelen, een thuis zoeken en een thuis bieden.
Bijbel: Abraham op zoek naar het Beloofde Land (Genesis 12-24).
Jaloers (week 44 en 45)
Inhoud: Over afgunst. Over wat de een heeft en jij niet. Over omgaan met jaloezie zodat het geen frustratie oplevert.
Bijbel: De jaloezie tussen Sara en Hagar, omwille van Isaak en Ismaël (Genesis 16-24).
In deze ouderbrief vertellen we meer over het thema ‘THUIS’ (4 t/m 29 oktober 2010).
In het thema ‘Thuis’ verkennen de kinderen hun eigen ’nestgeur’. Behalve de geluiden, vertrouwde spullen en knuffelbeesten op je kamer zijn het vooral de mensen die het thuisgevoel bepalen. Het is het besef ‘hier voel ik me op mijn gemak’.
Kom je t´rug van je vakantie,
stap naar binnen: je bent thuis.
Nog onwennig. Maar wat ruik je?
't Zijn de geuren van je huis.
In de keuken, in de kamer,
wat je ruikt is zó bekend,
binnen enkele minuten
ben je weer aan 'thuis' gewend.
Maar het zijn ook de geluiden
die behoren bij die plek
die je dat vertrouwde geven,
het gevoel: dit is mijn stek!
Regendruppels in de dakgoot
of het kraken van de vloer;
´t bonken van de wasmachine
en de brommer van je broer.
Er is méér dat zo vertrouwd voelt,
ook de wijk, de buurt, de straat.
´t Is het nest waar je steeds terugkeert
ook al is het 's avonds laat.
Samen lachen, samen praten,
met de mensen die je kent.
Het gevoel er thuis te horen,
want ze weten wie je bent!
Bij iets moois of bij problemen
vind je steeds een open deur.
Als je weet dat je kunt delen
heeft je nest de juiste geur!

